we varen écl 35 Langlée buiten

Van de Loire naar de Seine

Op oude kanalen door een uniek vaargebied

Drie oude kanalen verbinden de Loire met de Seine. Spitsen vervoerden er vroeger hun vracht, tegenwoordig tref je er vooral pleziervaarders. De mensen die je onderweg ontmoet, de typische dorpjes met de kruidenier, de lekkere wijn die je overal kan kopen: dat maakt het varen in deze contreien bijzonder. Wat een voorrecht om een paar honderd jaar later op deze oude kanalen te kunnen varen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Canal Latéral à la Loire

In het maartnummer kon u lezen over de wijnroute van de Saône naar de vallei van de Loire. Nu zetten we onze tocht verder en varen van de Loire naar de Seine.

In Digoin nemen we de afslag naar het Canal Latérale à la Loire. Woonboten en huurboten bepalen het trage tempo.

Aan de boot herken je de schipper, zegt het spreekwoord en mijn schipper krijgt het op de zenuwen van slabakkende schepen. Er varen opvallend veel woonboten, de eigenaars zijn vaak Britten of Amerikanen die ’s zomers op hun boot verblijven en hem laten overwinteren in een Franse haven. Woonboten verdwijnen uit beeld, omdat de nieuwe Europese wetgeving streng is en de kosten hoog oplopen om de nieuwe normen te halen, maar hier zo dicht bij Roanne, het Mekka van de woonboten, zie je er nog veel varen.

Op dit kanaal is het ‘s zomers altijd heet. Een hittegolf is niets ongewoons. Onweer en zware plensbuien evenmin.

Rijen hoge populieren zorgen ’s ochtends voor een uurtje schaduw als de zon nog niet zo hoog aan de hemel staat. Het ruikt heerlijk, de lucht is zuiver, de vogels fluiten en het maakt je toch een beetje roekeloos. Maar algauw wordt het 39 graden! Binnen is de hitte ondraaglijk en dat zelfs met extra zonnewering en alle schuifdeuren en patrijspoortjes open.

We arriveren moe en bezweet in le Port de Decize, een nieuwe jachthaven met alle faciliteiten.

Ik kijk eens goed rond. De motorbooteigenaars in deze haven genieten van het leven, de champagne of het aperitiefje is er altijd. Onze buren zijn een tandarts uit Basel getrouwd met een Nederlandse verpleegster. Net gepensioneerd zijn ze vertrokken voor een lange reis richting Amsterdam. We drinken een glaasje champagne met hen mee, waarom niet? Deze mensen zijn zo ontspannen en vriendelijk. De vrouw is constant bezig met haar iPhone om de laatste berichtjes te lezen. Poserend tussen de glazen champagne en met de boten op de achtergrond, neemt ze een selfie van haarzelf met ons erbij, en bijna onmiddellijk krijgt ze antwoord van haar dochter in Japan. Toasten met je buren en poseren voor selfies die in luttele seconden de wereld rondgaan: een beetje opdringerig of de gewoonste zaak van de wereld?

Afgemeerd aan de nieuwe vingersteigers liggen we te puffen in de blakende zon. De stad zelf ligt op wandelafstand en is zeker interessant, maar de hitte verlamt. We vertrekken uit le Port de Decize op zoek naar een oever met schaduwbomen, en meren af boven de kanaalbrug en de dubbele sluis van Guétin, een toeristische trekpleister. We zien eendjes, fietsers en joggers en een zwijgzame buurman naast ons. Hij vermijdt een gesprek, wat ongewoon is als je met twee boten naast elkaar ligt. Allemaal zijn we onderweg en ook al hebben we tijd zat, niet iedereen is gesteld op gezelschap en conversatie. En allemaal zijn we gesteld op privacy. Dat heeft niets met snobisme te maken, maar alles met vrijheid en hoe je over je eigen tijd wilt beschikken.

Een nieuwe dag begint met de tocht over le Pont-Canal du Guétin, dat is de kanaalbrug over de rivier Allier. Deze kanaalbrug is een imponerend bouwwerk. Erover varen biedt een prachtig zicht! Schutten door de diepe, dubbele sluis duurt een half uur. Fietsers en wandelaars amuseren zich met ‘bootje-kijken’.

We schieten goed op. Onze bestemming is Sancerre. Van ver zien we het middeleeuwse stadje met de befaamde wijnhuizen liggen op een heuveltop.

Sancerre is de regio waar de meest prestigieuze wijnen gemaakt worden. In dit kleine wijngebiedje, ook wel Centre Loire genoemd, vind je de twee klassiekers: de Pouilly-Fumé en sancerre met de volle, gele kleur. Allebei topwijnen, zeer geliefd tot ver over de Franse grenzen. Drie bodemtypes leveren de sancerre zijn typische smaak op: kiezelhoudende aarde, of kiezel gemengd met silex, of ‘terre blanche’(witte klei rijk aan kalksteen)

In Ménétréol-sous-Sancerre pikken we het laatste afmeerplekje in: dat is weeral geluk hebben en we beslissen meteen om hier een paar dagen te blijven.

Gidsen ronselen bij de boten klanten voor een rondleiding door de wijngaarden aan €55 per persoon.

Wij fietsen en trotseren de heuvels en genieten ook nog van een prachtig landschap. Naambordjes wijzen de weg naar de wijnhuizen; proeven, kijken en kopen is geen probleem en onze wijn wordt door de verkoper gratis aan boord gebracht. ‘Omdat Belgen Franse wijn appreciëren,’ zegt de wijnboer lachend.

Ambiance op de kade. We maken kennis met sympathieke mensen. Een Franse oud-zeiler, toont ons zijn pas gekochte occasiehuurboot van 12 m met 2 slaapcabines, 2 douches/wc, leefruimte met lichtinval, en een ruime kuip. Deze afgedankte huurboten koopt je voor zeer weinig geld. ‘Al zijn de vaareigenschappen slecht, het is gewoon een heel fijne boot om ’s zomers op te verblijven,’ zegt de Fransman. Hij bezit toch nog altijd een kleine zeilboot die dicht bij de zee ligt afgemeerd. Levensgenieters, die Fransen.

‘Gooi maar los,’ roept mijn schipper, ik duw af en we varen weeral een hete dag tegemoet.

Vandaag varen we naar de stad Briare, het einde van dit kanaal. Op de oevers zitten vissers te vissen. We varen tussen prachtige natuur. Het belooft een perfecte (alhoewel zeer hete) dag te worden met toch een dosis nodige ergernis door de trage huurboot voor onze neus en de vele tegenliggers.

De Loirerivier mag zich dan een duizend kilometer lange weg banen van oost naar west, op dit 196 kilometers lange laterale kanaal is de rivier niet voortdurend zichtbaar. De mooiste views op de Loire met zijn gele zandbanken en groene eilandjes heb je bij het naderen van de stad Briare. De Loirerivier is snelstromend en onbevaarbaar, grillig door haar veranderend waterpeil. En altijd imposant.

Canal Latérale à la Loire (1838) met zijn 37 oude, manuele sluisjes is een makkelijk kanaal. Op regelmatige afstanden tref je bij kleine dorpjes een gratis steiger waar je de mooiste foto’s kunt maken.

Canal de Briare, het oudste kanaal van Frankrijk

We varen over het fameuze Pont-Canal de Briare, 661 m over de Loire, ontworpen door Gustave Eiffel in de stijl van de pont Alexandre III in Parijs. Dit was de langste kanaalbrug ter wereld tot 2003 en de opening van het Wasserstrassenkreuz in Maagdenburg. We laten de Loire vanaf nu volledig achter ons en varen richting Parijs op het Canal de Briare, 57 kilometer lang en met 38 sluisjes.

Er zijn wel meer dingen die ons aan Parijs doen denken. De route is druk bevaren en de yachtjes zijn groter en duurder. Op de radio horen we oeverloos Frans gezwets over de grote emoties: l’ amour, la passion, la tendresse… Zochten daarom al die buitenlanders in de jaren ’80 en ’90 het geluk in la douce France? We drinken wijn met Marthe, een Amerikaanse die al 14 jaar alleen woont op een oude schuit, ze koos voor onafhankelijkheid en roekeloos leven, zegt ze zelf. De Franse mannen in haar leven zijn verdwenen, haar boot is te koop maar geraakt niet verkocht, ze is blut en oud en niet meer zo gezond, 70 ondertussen. ‘Je hebt iemand nodig die voor je kan zorgen, aan wie je hulp kan vragen,’ zeg ik en ze lacht me vierkant uit. ‘Dat heb ik in mijn hele leven nog nooit gedaan,’ antwoordt ze.

Na de hitte volgt steevast onweer. We varen in slechte omstandigheden. Regen en wind. Op het canal versperren hele en halve bomen de vaarroute. Om waterverspilling tegen te gaan moeten we per twee versassen. Onze toevallige vaargezel van vandaag is een Britse motorzeiler met wie het klikt, voorlopig blijven we ook morgen samen.

‘Als het regent varen de boten wel, maar niet als het heet is,’ zucht de sluiswachter die de sluisjes manueel moet draaien in dit hondenweer. De man is helemaal ingepakt in een lange regencape met de kleuren en het logo van de VNF. Inderdaad, we varen bij striemende regenbuien. Maar bij een temperatuur van 35°C meren we af op paradijselijke plekjes onder schaduwbomen, en dan lees ik thrillers of boeken van Maarten Biesheuvel over ketelbinkjes, en over de existentiële levensvragen.

Canal de Briare is niet alleen het oudste kanaal, het is ook bijna het mooiste – toch zeker in de top vijf. Een heleboel superlatieven zijn hier op zijn plaats. Het was ook het eerste Europese kanaal dat de waterscheiding passeerde en de problemen van waterbevoorrading op het hoogste punt oploste door een ingenieus systeem van meertjes en toevoerkanalen.

Tot op heden deden we al behoorlijk wat sluisjes, de sluiswachters complimenteren me met mijn lassoworp en mijn techniek, maar mijn polsen zijn moe. Het is werken geblazen voor deze matroos en de schipper is veeleisend.

We zijn onderweg naar Rogny-les-sept-écluses, de oudste Franse sluizentrap en alleszins een architecturaal wonder uit 1642. Rogny is een dorp van 750 inwoners, met veel toeristen het hele jaar door, en die massa toeristen laten een spoor na.

Met veel creativiteit arrangeren we voor onszelf een veilige afmeerplek, aan wal staan de mobilhomes in rijen naast elkaar geparkeerd; het is een drukke bedoening. Rogny, Châtillon-Coligny, Montargis: dit zijn de populaire afmeerplekken, niet te missen eigenlijk.

Het gezegde klopt: op de Briare kan je zowat om de 10 km stoppen, overal is het mooi. De dorpjes onderweg zijn niet groot, maar gezellig. We naderen Parijs en dat merk je.

Canal du Loing

Ook dit kanaal is kort: 49 km met 19 sluisjes. We krijgen een afstandsbediening, vanaf nu kunnen we zelf ons tempo bepalen: wat een luxe!

We zien veel fietsers langs het kanaal, schilderachtige dorpjes met uitnodigende restaurantjes, vissers die zich eeuwig en altijd boos maken, en kinderen die vrolijk naar je zwaaien.

Veel afmeerplekjes zijn herinneringsplekjes aan vergane gloriedagen, zoals in Nemours. Een mooie stad, zonder dat er zich veel memorabele gebeurtenissen in afspeelden. De gratis halte fluvial aan de rand van de stad is zeer in trek en er heerst een vrolijke chaos, want schepen blijven er veel te lang liggen. Zowat alles is er toegelaten, zelfs klussen aan je boot.

Meteen na Nemours varen we naar Moret-sur-Loing. De hitte blijft hangen tussen de dicht begroeide oevers. Wanneer zullen die extreme temperaturen ophouden? Er gaat zoveel ongemak en tijdsverlies mee gepaard, de dag passeert en je hebt zo goed als niets gedaan. En wat je doet, daar geniet je niet van.

De haven van Moret-sur-Loing ligt bomvol. Er staat stroming op de Loing, die hier majestueus breed is met allures van de Seine. Wat een verademing om na de smalle kanaaltjes op deze brede rivier af te meren!

In Moret-sur-Loing voelen we Parijse invloeden en een artistiekerige nonchalance.

We wandelen in het stadje: mijn espadrilles op de duur aangelegde voetpaden. Vroeger vluchtten de impressionisten vanuit het snikhete Parijs naar deze koelere plek aan de Loing. Niet alleen de impressionisten vluchtten naar Moret-sur-Loing. Ook wij dus!

Alles is hier mooi, alles is hier kunst. De kaaswinkel presenteert klompjes kaas als kunstwerkjes – de traiteur ernaast doet niet onder.

’s Avonds ga ik voor het eerst in weken slapen zonder dat plakkerige zweetgevoel van de laatste dagen. Ligt het aan de brede Loing en de speelse wind die vrij spel heeft? Of is de hittegolf voorbij?

Wij willen er graag een weekje blijven. Maar we moeten na één nacht vertrekken omdat we niet gereserveerd hebben. St-Mammès, een paar kilometer verder, is nog zo’n heerlijke plek, maar ook daar zijn alle ligplaatsen volzet. En zo arriveren we veel eerder dan verwacht op de Haute- Seine.

Van de Loire naar de Seine: het zijn driehonderd interessante kilometers.

Tekst en foto’s: Roos Degheele
(Verschenen in VAREN juni 2015)