Met een Boreal 44 naar de Zuidpool

Met een Boreal 44 naar de Zuidpool

‘De kinderen waren unaniem: volgende keer de Noordpool!’

Jean-François Eeman zeilde met zijn vrouw, hun twee kinderen en een vriend zes weken in Antarctica. Het werd een fantastische ervaring.’Ik heb de indruk dat we een eerste verkenning hebben gedaan om straks aan het serieuzere werk te beginnen.’

Van kinds af zeilde Jean-François Eeman mee met zijn ouders en voelde hij zich aangetrokken tot de Zuidpool. ‘Omdat ik verre familie ben van Adrien de Gerlache hoorde ik via mijn grootmoeder zijn verhalen over Antarctica’, zegt hij. ‘Ik ben drie keer tot in Patagonië gezeild en ik heb er een jaar op een schip gewoond met mijn vrouw. Antarctica leek zo dicht bij en zo veraf tegelijkertijd. Het is ‘maar’ 600 mijl vanuit Kaap Hoorn, maar wel met de Drake Passage, een van de wildste passages op zee ter wereld, ertussen. Ik ben via de werf waar ik mede-egenaar van ben (in Bretagne, nvdr.) ook mede-eigenaar van het schip, een Boréal 44. De optiek van de werf is dat we zelf varen met de schepen die we bouwen. Voor mij was het belangijk om in een familiale sfeer te kunnen reizen, met mijn vrouw en kinderen van 7 en 9. Uiteindelijk namen we nog een derde volwassene meeom in moeilijke omstandigheden toch nog met twee het schip te kunnen besturen en een volwassene over te houden om op de kinderen te letten.’

Ze kwamen op een maandagavond in Puerto Williams aan en stonden op vrijdagavond vertrekkensklaar. Boodschappen gedaan, schip opgetuigd, motor onderhouden, computer getest, … Op zaterdagochtend 19 decemberbesloten ze er omdat de weersomstandigheden gunstig waren, voor te gaan. ‘Maar we hebben ongelooflijk veel geluk gehad. Na ons is er nog een zeilschip naar Antarctica vertrokken, op 28 december, en dan niemand meer tot onze terugkomst op 25 januario mdat het weer te slecht werd. Op de terugreis hebben we zelf op Isle Melchior twee dagen moeten wachten op een mooi ‘weather window’. Vergeleken met wat het had kunnen zijn, hebben we gedurende zes weken twee fantastische oversteken gekend.’

Varen: Was het lastig om Kerstmis en Nieuwjaar onderweg te moeten vieren?
‘Neen, we zaten toen al op Melchior Island. Mijn vrouw had in Puerto Williams hout gesprokkeld en met die takken hebben de kinderen een kerstboom gemaakt die in het midden van de kajuit hing. We hebben de eindejaarsfeesten gevierd met cadeautjes en taart. Kerstmis zelf was prachtig: buiten ontbeten, rondgewandeld in een polar, een siësta gehouden in de zon, … een heerlijke dag.’ 

Varen: Wat deden jullie verder, behalve varen?
‘Als een storm pakken sneeuw achterlaat op het dek kan je niet anders dan binnen blijven, boekjes lezen en films kijken. Maar er was ook fantastisch veel te zien aan land. Iedere berg, iedere helling geeft een ander uitzicht en een ander licht. We betrapten onszelf er vaak op dat we na het avondeten om elf of twaalf uur ’s avonds nog gingen wandelen omdat het toch altijd licht bleef. Uren hebben we met de kinderen de kolonies pinguïns ‘all over the place’ zitten te begluren…. Op het Antarctisch continent zijn we weinig geweest, maar we zaten veel op het schiereiland, het meest toegankelijke gebied. We zijn op bezoek geweest in een Chileense basis, Gonzalez Videla, die in theorie een wetenschappelijke basis is, maar in de praktijk voor Chili en Argentinië meer een manier is om te tonen dat ze aanwezig zijn in Antarctica. We zijn daar heel gastvrij ontvangen. De dertienkoppige bemanning zat er de volledige zomer. De enige keren dat ze mensen te zien kregen, was als er een boot zoals de onze langskwam. Kinderen zagen ze haast nooit. Ze hebben ons een hele namiddag rondgeleid en uitgenodigd voor het avondeten, met hotdogs voor de kinderen. En wij kregen cadeautjes mee. Ze zijn elk om beurt aan boord gekomen om foto’s te nemen van ons schip.’

 ‘Wat mij vooral bijblijft, is de eerste keer dat ik een ijsberg zag. Onbeschrijflijk hoe massief, krachtig en prachtig van kleur dat is’

Varen: Heb je je kinderen moeten overtuigen om mee te willen met dit zeilavontuur?
‘We hebben hen eigenlijk de vraag niet gesteld of ze mee wilden. We hebben hen beelden getoond van Antarctica en ze waren er voor te vinden. Toen we terugkeerden heb ik hen gevraagd wat we de volgende keer zouden doen. En ze waren unaniem dat ze naar Arctica wilden. Groenland, IJsland, het Hoge Noorden, want we hadden geen ijsberen kunnen zien op de Zuidpool – die zijn er ook niet. Tijdens de heenreis was er een moment waarop de kleinste toch terugwou. Hij had veel last van zeeziekte en op een gegeven moment zei hij: ‘papa, je beseft toch wel dat het de veertiende keer is dat ik nu overgeef?’ Maar voor de rest waren ze continu gelukkig.’ 

Varen: Zes weken onderweg zijn met een gezin van vier en nog iemand anders erbij is niet evident. Is dat op sociaal vlak meegevallen?
‘De vriend die we meegenomen hadden, kennen we vrij goed. Hij is al eens met een catamaran rond de wereld gevaren. Dus hij kent het reilen en zeilen aan boord en had zelf ook al eens met zijn kinderen gevaren. Hij heeft onze kinderen ook les gegeven aan boord. Zowel mijn vrouw, die vriend als ik beseften op voorhand dat we onder een continue druk zouden leven. Daardoor is de sfeer de hele tijd goed gebleven. Er zijn op geen enkel moment woorden gevallen. Als schipper sta je onderweg continu onder druk – het weer, het ijs, de bemanning, de kinderen, potentiële gevaren. Gedurende de volledige periode ben je op autonomie aangewezen, want er is niemand. Dus je moet vertrekken van het standpunt dat je het zelf moet oplossen als er iets verkeerd gaat. De eerste nacht dat we terug in de haven lagen en twaalf uur konden slapen zonder enige druk, dat was fantastisch.’ 

Varen: Wat waren voor jou de momenten die eruit sprongen?
‘Wat mij vooral bijblijft, is de eerste keer dat ik een ijsberg zag. Onbeschrijflijk hoe massief, krachtig en prachtig van kleur dat is. Je ziet schakeringen van wit en blauw tot zelfs donkerblauw. Een tweede flash die ik mij voor de geest kan halen, is Smith Island. Het is eerste wat we van Antarctica zagen. Het is vrij groot en hoog, met en bergketen, en het kwam heel massief over. We zagen het opdoemen tijdens een opklaring op een grijze dag met veel sneeuw: donker, grijs, wit, zeer dreigend en aantrekkelijk tegelijkertijd. Eenmaal ter plaatse wordt er relatief weinig gezeild, maar ben je tussen de ijsbergen op de motor aangewezen. Er kwamen toen ook vier walvissen langs. Die dieren zijn groter en zwaarder dan ons schip. Ze zijn minutenlang echt vlakbij het schip gebleven. Een ander moment was toen we in het terugkeren voorbij Kaap Hoorn voeren. Hoe stom het ook klinkt, de foto die we met ons vieren maakten voor de Kaap, was een ongelooflijk moment. Volgens de oude traditie hebben we het recht om een oorring te dragen en tegen de wind in te plassen (lacht). Eens je daarna aan de terugweg begint, is het grootste gevaar voorbij. Je doet de deur naar huis weer open. Net toen we opgelucht waren dat alles goed gegaan was, kregen we gedurende een paar uur wind van 45 knopen. Dus het werd niet een nachtje uitbollen zoals we dachten.Maar we hebben veel geluk gehad met het weer, want het is een streek waar het verschrikkelijk tekeer kan gaan.’

 ‘Dertien mensen van een Chileense basis kwamen elk om beurt aan boord om foto’s te nemen van ons schip’

Varen: Wat vreesde je het meest?
‘Drake Passage is een van de plaatsen ter wereld waar het echt kan spoken. Bij Kaap Hoorn ga je op minder dan een mijl van dieptes van verschillende duizenden meters naar minder dan honderd meter. Als je daar op het verkeerde moment bent, kan de zee ongelooflijk wild zijn. In Antarctica, kregen we een probleem met de motor tijdens een nacht waarin het hard waaide. We wilden voor anker gaan in een baai, maar dat bleek na twee keer proberen onmogelijk. We hebben daarbij wier opgzogen in de koeling van onze motor. Het waaide zo hard dat we het alarm niet gehoord hebben. Het wieltje dat de motor koelt, de impeller, is kapot gegaan en de motor is oververhit geraakt, waardoor de waterlock is gesmolten. Toen we ’s anderendaags voor anker gingen bij kalmer weer, kwam er toevallig een militair bevoorradingsschip langs dat ons hulp bood. We hadden twintig uur tegen de elementen gestreden, dus een zodiac met twee mechaniciens was welkom (lacht).’

Deze diashow vereist JavaScript.

‘Als kind had ik gezien hoe Willy de Roos (een Nederlandse schipper en schrijver die in België woonde, nvdr.) met de voorkant van zijn schip het ijs brak. We hebben dat zelf geprobeerd op volle snelheid, want onze steven was versterkt en drie centimeter dik. Maar als het ijs een paar centimeter dik is, geraak je toch maar meter per meter vooruit. Achteraf hoorden we van anderen dat het de dag voor wij door Lemaire Kanaal gepasseerd zijn niet lukte en de dag na ons lag het weer dichtgevroren. Het kan heel snel veranderen daar. We lagen in Port Charcot volledig beschermd, behalve voor de noordoostenwind. ’s Nachts is de wind gedraaid en ’s morgens begon het ijs binnen te drijven. De ijsblokken leunden tegen de lijnen aan en de druk werd te groot, dus op een bepaald ogenblik kan je niet meer anders dan wegvaren.’

Varen: Port Charcot is vernoemd naar Jean-Baptiste Charcot, een Franse wetenschapper, arts en poolonderzoeker…

‘… en hij heeft twee keer overwinterd op Antarctica, ja, in de gloriejaren waarin België een vooraanstaande rol speelde. De allereerste overwintering op Antarctica is overigens ook door een Belg gebeurd: de Gerlache. Vandaar al die Belgische namen van eilanden: Brabant, Antwerp, Gent, …. Behalve Wiencke Island, dat is genoemd naar een van zijn mannen die overboord is geslagen en verdronken.’ 

Varen: Welke conclusies trek je uit deze reis?
‘Op materieel vlak zijn we teruggekeerd met een boekje vol ideeënvoor verbeteringen aan onze schepen. De waterlock bijvoorbeeld zal voortaan niet meer van plastic zijn, maar van aluminium (grijnst).Het was een ongelooflijk mooie reis. De meeste schepen die naar Antarctica varen, zijn gecharterd met een professionele bemanning. Een paar dagen voor de terugreiskruisten we zo’n schip. We kennen sommige van die schippers en een van hen zei tegen mij: ‘Jean-François, als het erop zal zitten, zal je beginnen te denken hoe je het gaat aanpakken om terug te komen.’ En hij heeft gelijk gekregen. Het is wat ze in het Frans noemen ‘un goût de trop peu’. Er is altijd nog wel iets dat je nog had willen doen. Ik heb de indruk dat we een eerste verkenning hebben gedaan om de volgende keer aan het serieuzere werk te beginnen.’

Een knap filmpje van de reis is te zien op: https://www.youtube.com/watch?v=bbmDKZ78MOU

Tekst: Raoul De Groote – Foto’s: Jean-François Eeman