Zeilen tot het nooit donker wordt

Zeilen tot het nooit donker wordt

Zoals elk jaar kwamen we in december met zeven vrienden samen om te beslissen welke van onze zeildromen we de volgende zomer zouden realiseren. De zonnige levendigheid van de Zuid-Franse kusten, de avontuurlijke golfslag van de Atlantische Oceaan, de broeierige winden van de Cycladen… of slaan we het over een andere boeg en zoeken we deze keer het hoge Noorden op? De donkere wintermaanden deden ons verlangen naar licht. Het noordelijke idee om te varen in een regio waar de middernachtzon voor een zeilreis zonder nacht zorgt, deed ons watertanden. Nationale Geographic prijst de Lofoten, een eilandengroep boven de poolcirkel, aan als “de verborgen natuurschat van Noorwegen”. Wie zijn wij om dat tegen te spreken? De bijhorende foto’s en filmpjes deden ons helemaal overstag gaan. De zomerbestemming werd unaniem vastgelegd: we besloten zelf te testen of de Lofoten effectief die unieke zeillocatie zijn!

Als uitvalsbasis kozen we voor Svolvær, de hoofdstad van de Noorse eilandengroep. Vanuit Brussel vlogen we met SAS eerst naar Oslo en vandaaruit naar Tromsø. Daar bracht een charmant propellervliegtuigje ons tenslotte naar de piepkleine luchthaven van Svolvær. De aansluittijden waren perfect op elkaar afgestemd waardoor de totale reistijd van deze driedelige vlucht zeer goed meeviel.        

Boreal Yachting, de enige verhuurmaatschappij, ligt op tien minuten rijden van de luchthaven. De check-in verliep zeer vlot en binnen het uur na de landing installeerden we ons al comfortabel een boord van een mooie Delphia 47. Dat Noorwegen een rijk land is viel onmiddellijk op aan de prijzen die we betalen. Voor een weekje zeilen (van vrijdagnamiddag tot donderdagavond) betaalden we 5 300 euro. Dit is een prijs die veel hoger ligt dan wat je elders in Europa betaalt. De veelbelovende natuur en het comfort en zeilgemak van de gehuurde boot maakten dit bedrag echter zeer aanvaardbaar. 

Om 23u stond de zon nog steeds boven de horizon. Niets hield ons dus tegen om al een eerste maal uit te varen. De eerste mijlen stelden ons in staat om het vaargedrag van de boot te voelen, om al onmiddellijk zwaar onder de indruk te komen van de weidse natuur en om verwonderd te blijven over de zon die rond mindernacht wel even de horizon kuste maar daarna fel schijnend aan haar nieuwe dag begon. Een week dubbel genieten bood zich dus aan!

We konden onze eerste tocht trouwens gewoon in een zomerse T-shirt afleggen. De Lofoten liggen weliswaar boven de arctische cirkel, maar kennen door de warme Golfstroom een veel warmer klimaat dan je zo hoog in het noorden zou verwachten.

Op onze eerste echte zeildag verlieten we Svolvær en zetten we koers richting het Trollfjord. Normaal houden we de hoogtepunten voor het einde van de reis. Alles leek echter zo veelbelovend dat we een van de toppers met een gerust gemoed al op de eerste dag op onze planning plaatsten. Vanuit onze thuishaven liet een zuiderwind van 4 beaufort ons gezwind opkruisen rond het eiland Skrova. Als het zuidelijkste punt van Skrova gerond was, moesten we de dieptemeter nauwgezet in het oog houden aangezien de zeekaarten ons een heus mijnenveld aan ondergrondse rotsen, banken en andere obstakels voorschotelden. 

Daarna konden we met ruime wind en een goede 6 knopen doorzeilen naar het Trollfjord. Deze overweldigende fjord is twee kilometer lang en is bij zijn monding in de Raftsund slechts 100m breed. We doken het duistere fjord binnen, richting het Noorden. Bij het binnenvaren waren we sterk onder de indruk van de steile kliffen, de laaghangende wolken, en vooral de ongereptheid van de groene natuur. Af en toe vaarde een cruiseschip de fjord binnen (en al even snel opnieuw buiten) om zijn passagiers dit overweldigende natuurschoon op de gevoelige plaat te laten vastleggen. Bij het vallen van de avond –al is dat een relatief begrip- lagen we echter helemaal alleen aan een goed onderhouden houten steiger uitgerust met gratis elektriciteit en water en zelfs een proper toilet. Alleen op de wereld en toch alle comfort. Met onze dinghy konden we vissen langs de steil oprijzende wanden van het indrukwekkende fjord. Grote visserskwaliteiten bleken niet vereist. De kabeljauw en andere vissoorten waren zo talrijk aanwezig dat gewoon het aas uitgooien volstond voor een mooie vangst. Ondertussen maakte Bart, die als hij niet op zeilvakantie is bistro en koffiebar Tati in Turnhout uitbaat, aan boord een overheerlijke risotto.

Even later zaten we met z’n alleen te genieten van een heerlijke maaltijd van risotto en boven het knetterende vuur gegaarde vers gevangen Noorse kabeljauw. Voor zoveel culinair genot zou Michelin een quotering met vier sterren in het leven moeten roepen. Veel idyllischer wordt een zeilvakantie niet…

Na een verkwikkende nacht, wilden we ook het natuurschoon vanop land bewonderen. Vanuit het dal van het Trollfjord klommen we naar de toppen ervan. We merkten dat Noorwegen zich niet makkelijk prijsgeeft. De steile wandeling was moeilijk en ging door stromende riviertjes, over scherpe rotsblokken en langs modderige en soms zelfs nog besneeuwde hellingen. Maar het uitzicht vanop de top van het Trolljord was alweer spectaculair.

Terug aan boord van onze Delphia 47 vaarden we naar Brattholmen waar we een nacht voor anker zouden gaan. Voor deze tocht waren de weergoden ons iets minder goed gezind. De wind liet het afweten, onze motor moest dus redding brengen. Ook de temperatuur rond de 10° en de regen zorgden voor koude. De diep uitgesneden fjorden, de kletterende watervallen, de goede navigatie en de uitdagende stroomversnellingen waren echter hartverwarmend en compenseerden de koude omstandigheden ruimschoots. De ankerplaats was alweer ronduit prachtig. En opnieuw brachten we deze lichtnacht helemaal alleen en afgezonderd door.

Na het lichten van het anker werd Henningsvær onze nieuwe bestemming. Tijdens deze tocht beseften we opnieuw heel scherp op welke breedtegraad we voeren. De depressies van het hoge Noorden volgden elkaar in snel tempo op en urenlang varen in een temperatuur onder tien graden zorgde toch voor een winterse gevoelstemperatuur. Gelukkig kwam vanuit de kuip regelmatig een dampende cafetière Tati-koffie of pittige gemberthee ons opwarmen. Ook de al schommelend over de Scandinavische golven gebakken pannenkoeken met geflambeerde appeltjes zouden menige stoere Viking jaloers gemaakt hebben…

Toen we onderweg een groep uitgelaten meeuwen passeerden die langs het water scheerden, begrepen we onmiddellijk dat deze natuurlijke gps ons vruchtbare visgronden toonde. We grepen onze kans en smeten onze vislijn uit. In luttele minuten scoorden we met een grote koolvis en een kabeljauw ook ons deel van de voedzame buit. 

Deze viskolonies kondigden ook het naderen van Henningsvær, een van de bekendste vissersdorpen uit de Lofoten aan. Dit dorp wordt het Venetië van het hoge noorden genoemd. Het dorp bestaat inderdaad ook uit vele kleine –al dan niet met elkaar verbonden- eilandjes, maar de grote palazzo ’s en horden toeristen zijn hier nergens te bespeuren. Wel worden typische rode houten huisjes afgewisseld met moderne kunstgalerieën en domineert de Vågakallen-berg het natuurlijk schouwspel. Met enkel een wollige wolk als een warme sjaal gedrapeerd rond de schouders van een voor de rest naakte Vågakallen-berg krijgt de haven van Henningsvær een indrukwekkend decor.

De volgende ochtend verlieten we Henningsvær alweer en navigeerden we langsheen smalle doorgangen van rotseilanden naar het open water om koers te zetten richting Reine. Onderweg werden we opnieuw verwend met weidse vergezichten, grillige rotskusten, vrolijke papegaaiduikers, ongerepte fjorden en de pure zuiverheid van de Noorse natuur. Ondertussen werd ook het weer steeds beter. De depressies en de koude van de vorige dagen maakten plaats voor zonnige lentetaferelen. 

Reine is een karakteristiek vissersdorpje en wordt beschouwd als een van de mooiste van Noorwegen. Deze terechte waardering zorgt wel voor meer toeristen dan op eerdere plaatsen, maar na een week van afzondering zorgde de levendige gezelligheid van het vissersdorpje voor een welgekomen afwisseling.

In Reine zelf waagden we ons nog eens aan een pittige wandeling. Net buiten het centrum leidt een steil pad naar de top van de berg Reinebringen. Het gemeentebestuur kondigt aan dat vallende rotsblokken en de pittige hellingsgraad het klimmen gevaarlijk kunnen maken en de wandeling dus op eigen risico moet gebeuren. De klim bleek inderdaad niet evident te zijn, maar het uitzicht over de eilandjes waaruit Reine bestaat is vanaf de top van de Reinebringen werkelijk fenomenaal. Al is zelfs dat woord een understatement van jewelste.

Een andere bezienswaardigheid in Reine zijn de vele houten constructies waarin vers gevangen kabeljauw gedurende drie maanden opgehangen wordt. In deze ‘kathedralen van de Lofoten’ tovert de Noorse zon en wind de kabeljauw om tot heerlijke stokvis of tørrfisk zoals hij hier wordt genoemd. We namen dan ook twee exemplaren mee tijdens onze volgende tocht van Reine naar Skrova. 

In de haven van Skrova leek een muggenplaag roet in het eten te gooien. Bij het nachtelijk aanmeren kwamen de diertjes in grote drommen rond ons zwermen. Maar net toen hun bezoek de sfeer begon te verpesten ging de natuur rechtstreeks over van zonsondergang naar zonsopgang en verdwenen de onwelkome gasten als sneeuw voor de zon. We konden dus in alle rust genieten van dit schouwspel van de zon. Alweer werd er deze nacht niet veel geslapen.

Tijdens onze reis merkten we al vaak dat de ligging van de Lofoten in de Noordelijke IJszee, de invloed van de warme Golfstroom en de interactie tussen de vochtige zeelucht en de steil oprijzende bergflanken zorgden voor een klimaat dat uniek is voor deze breedtegraad.

Slecht weer aan de westzijde van de archipel en stralend weer aan de oostzijde ervan, windluw uitvaren en even later opkruisen bij 5 beaufort; in de Lofoten kan dit perfect. 

Na de herfstkoude eerder op de week en de lentetoestanden op weg naar Reine en in Skrova kregen we op de laatste zeildag ‘four seasons in one week’-gewijs zelfs heuse zomertemperaturen voorgeschoteld. De koudepakken konden de kast in. Op het einde van de reis volstond opnieuw een T-shirt. Als de Noorse zon schijnt, schijnt ze goed.  

Als we op de terugweg naar Svolvær dan ook nog eens inhammen ontdekken met hagelwitte stranden en diepblauw water zorgt dit schitterende weer voor extra uitgelatenheid. We haalden nog eens alles uit de kast: een stand up paddel-tochtje naar het Caraïbisch uitziende strandje, een vlucht met onze drone boven de boot, een extra visuurtje, enkele hallyard swings in het nog steeds koude water… We haalden de laatste uren van onze reis nog eens alles uit de kast om deze schitterende zeilreis in schoonheid af te sluiten.

Het zeilen in de Lofotenarchipel was werkelijk fenomenaal. De overweldigende natuurpracht verraste en imponeerde ons en dat 24/ 24! 

Het maakt onze decemberzoektocht naar een zomerzeilreis er alvast niet eenvoudiger op…

Tekst en foto’s: Stefaan Pauwels